Het is rustig in vogelend Nederland en de beste optie voor vandaag leek een Witoogeend in Tegelen en daarna een speurtocht naar een Velduil in de Keent.

Tegelen is niet ver weg dus we konden een keer uitslapen. Om 10 uur haalde ik Jan Verhoeven en Koen Rovers op. Een uurtje later stonden we in Tegelen bij een grote kasteel vijver en de Witoogeend was snel gevonden. Het leek erop dat er foto’s van korte afstand gemaakt konden worden maar bij benadering was de Eend erg schuw en zwom weg. Later bleek dat het een Australische Witoogeend betrof en derhalve dus een ontsnapte vogel is die niet meetelt. Na wat afstand platen reden we terug naar Brabant om via de Kraaijenbergse Plassen naar de Keent te rijden.

Na koffie onderweg en een stevige lunch van Jan reden we het gebied van de Kraaijenbergse Plassen binnen. Er zaten grote groepen Kolganzen in de natte weilanden. Eerste stop was de kijkhut bij plas 5. Hier zaten enkele Wilde en Kleine Zwanen. Verder veel Smienten, enkele Brilduikers en Pijlstaarten maar verder was het rustig. We reden verder naar het plaatsje Linden. In de verte zagen we een biddende Buizerd die wat mij betreft meteen als Ruigpootbuizerd genoteerd kon worden. De vogel ging in een boom zitten en we reden snel dichterbij. Met de telescoop waren duidelijk alle kenmerken te zien van een Ruigpootbuizerd. Het was een mooie lichte vogel en bij het opvliegen werd ook de staart duidelijk zichtbaar. Het bleek een juveniele vogel te zijn die wel veel weg had van de Ruigpootbuizerd die een tijdje in de Keent heeft gezeten.

Onderweg naar de Ruigpootbuizerd passeerden we een plas vol met Eenden. We keerden terug naar deze plek en vonden hier vrij snel een vrouwtje Topper. Een leuke soort voor het binnenland maar op de Kraaijenbergse Plassen word deze soort wel vaker waargenomen. We maakten de ronde Kraaijenbergse Plassen af en zagen niet veel spectaculairs meer. We reden verder naar de Keent voor de Velduil. Eerste vogel die we zagen was een jagend vrouwtje Blauwe Kiekendief. Er zaten veel Buizerden maar van de Velduil was geen spoor te bekennen. we zochten zeker een uur en besloten verder te rijden naar de toren in Haren. Dit is een leuke rit langs de uiterwaarden van de Maas. Overal zaten grote groepen Kolganzen en Toendrarietganzen. Tussen de Toendra’s ontdekten we een Taigarietgans. In de plassen bij de toren stond het water erg hoog en hier zaten niet veel vogels. Bij de plasjes aan de kant van Haren werden een Grote Zaagbek en 4 Nonnetjes gezien. De Slechtvalk die al een paar jaar broed op de toren was ook niet aanwezig.

Het was nog niet laat dus reden we naar de Maashorst met de bedoeling om een Bokje bij te kunnen schrijven. We parkeerden de auto in de Karlingerweg waar een Steenuil te zien was. Bij het Kleine Plasje aan de Grensweg worden de Bokjes meestal gezien dus dat was de bestemming. Het water in het plasje stond erg hoog en de kans op een Bokje leek verkeken. In de verte riep een Zwarte Specht en roepende Kruisbekken maakten nog iets goed. Beiden zijn nieuwe soorten voor het jaar. De Bokjes waren inderdaad niet aanwezig.