2019 is alweer voorbij en het is weer tijd voor een overzicht. Het werd een buitengewoon goed jaar voor onze Nederlandse lijst. We deden het iets rustiger aan met de jaarlijst maar zijn ruim boven de 300 soorten geëindigd. Tevens is de website gemoderniseerd en in een nieuw jasje gestoken.

We starten op 1 januari met een Humes Bladkoning die vlakbij Uden in Sint-Oedenrode zat. Een goede jaarsoort en één die ontbrak op mijn “1 januari lijst” die nu op 174 soorten staat. Er werd verder alleen nog wat in de omgeving gevogeld en met maar 25 soorten een rustige nieuwjaarsdag in vergelijking met andere jaren. De Notenkraker die al een tijdje in Wageningen zat werd gedaan voor de maandlijst en telt natuurlijk ook voor de jaarlijst. De gebruikelijke wintersoorten zoals Zwarte Rotgans, Witbuikrotgans, Dwerggans en Buffelkopeend werden gedaan. Op 20 januari mochten we een Siberische Boompieper bijschrijven voor de maandlijst. Enkele dagen later bezochten we in Limmen een daar gevonden Oosterse Tortel. Januari bleef verder erg rustig en de jaarlijst stond op 85 soorten, dit is wel eens hoger geweest 😉.

Er werd in februari niet veel aan de jaarlijst gewerkt. De ontwikkeling van de nieuwe website nam veel tijd in beslag en ik wilde klaar zijn voordat we deze maand naar Nieuw Zeeland vertrokken. Pas op 11 februari waren we weer in het veld en deden de Witoogeend die weer opgedoken was in de Zuid Willemsvaart bij Veghel. Terwijl we daar stonden werd een Kleine Trap gemeld in Hillegom. Een goede soort die ook nog eens voor de maandlijst telde. Op 15 februari maakten we een rondje Zeeland voor nog wat soorten zoals Flamingo, Zwarte Zeekoet en Kuifaalscholver. Op de terugweg naar Uden werd een Koereiger gemeld die ongeveer 1.5 kilometer van ons huis zat. Deze moesten we natuurlijk ook even binnen tikken. Er werd verder in februari niet meer gevogeld in Nederland. Op 21 februari vertrokken we naar Nieuw Zeeland waar we 3 weken lang zoveel mogelijk soorten probeerde te scoren. Op 15 maart stapte we aan boord van de “Spirit of Enderby” voor de Western Pacific Odyssey. Een zeereis die start in Nieuw Zeeland en langs de oostkant van Australië in Japan eindigt. Onderweg worden Norfolk, New Caledonia, The Solomon Islands, Micronesia en verschillende Japanse Eilanden zoals Chichi-jima, Haha-jima, Torishima Island en Miyake-jima Island bezocht. Een tocht van ruim 9600 kilometer. Op 15 april vlogen we vanaf Tokio terug naar Nederland. Een geweldige ervaring en veel nieuwe soorten werden aan de wereldlijst toegevoegd. Onze jaarlijst bleef op 117 soorten steken voordat we vertrokken.

Na wat rustdagen pakten we de draad weer op in Nederland. De weersvooruitzichten waren perfect voor een lang weekend op de telpost “De Kamperhoek”. Op vrijdag 19 april stonden we in de vroege ochtend op de telpost. De jaarsoorten vlogen letterlijk binnen en de leukste soorten van de dag waren Morinelplevier, Zwarte Wouw, 3 Visarenden, Zeearend, Buidelmees en 57 Beflijsters!! Ook werden 21.320 Graspiepers geteld. Klik hier voor een overzicht van de telling. De volgende dag stonden we er weer met opnieuw ideale omstandigheden. Ook nu vlogen de Graspiepers erg goed en we telden er 31.511. Een Grauwe Kiekendief telde voor de jaarlijst. De Beflijsters deden het ook weer best met 49 exemplaren. Klik hier voor een overzicht van de telling. Het weer bleef goed en we stonden de volgende dag met het eerste licht wederom op de telpost. Het werd opnieuw een geweldige dag met goede soorten en aantallen, 2 Visarenden, Rode Wouw, Zwarte Wouw, Zeearend, Ruigpootbuizerd, Morinelplevier, Draaihals, 12 Smellekens, Klapekster, 14 Beflijsters, 2 Duinpiepers en 26.016 Graspiepers!! Klik hier voor een overzicht van de telling. Ook de volgende dag beloofde veel en we stonden met het eerste licht weer op de telpost. En opnieuw vloog het erg goed met soorten zoals Purperreiger, Steppekiekendief, 2 Rode Wouwen, 3 Zwarte Wouwen, Zeearend en 38.159 Graspiepers. Klik hier voor een overzicht van de telling. Na dit lange weekend was de jaarlijst gestegen tot 171 soorten. Op 25 april werd de eerste nieuwe soort voor onze Nederlandse lijst een feit. Een Kalanderleeuwerik werd gevonden nabij Goedereede en na een snelle rit konden we hem bijschrijven. Op 26 april werd een zingende Ortolaan mooi op de foto gezet in de Maashorst. Op het eind van de maand stond de jaarteller op 185 soorten.

Op 7 mei werd door Teun van Kessel een Grote Pieper ontdekt op onze eigen telpost “De Brobbelbies Noord”. Een zeer moeilijke soort voor de maand mei en hij telde dan ook voor onze maandlijst. Het Dutch Birding voorjaars weekend leverde naast een aantal jaarsoorten niet veel spectaculairs op. Een Grote Jager telde nog wel voor onze maandlijst. Op 13 april bezochten we een Breedbekstrandloper in de Liendense Waard nabij Batenburg. We zagen nog 4 Breedbekstrandlopers meer deze maand waaronder 2 exemplaren in de Strabrechtse Heide die nog telden voor onze Brabantse lijst. In de volgende 2 weken bleven de soorten binnenkomen, Kraanvogel, Steltkluut, Terekruiter, Witwangstern, Witvleugelstern, Roodpootvalk, Iberische Tjiftjaf en Klein Waterhoen. Op 25 april stonden we in de vroege ochtend in de buurt van Hellendoorn te posten voor een Monniksgier die daar de vorige avond op een onbekende plek ingevallen moest zijn. De Monniksgier telt nog voor onze Nederlandse lijst dus hij moest worden gedaan. We zochten een hoog gelegen locatie voor een goed overzicht en het duurde niet lang of de Monniksgier werd door iemand gevonden op nog geen 2 kilometer van onze positie. Na een korte rit bleek de vogel niet al te ver te zitten en er konden leuke foto’s gemaakt worden. Op de terugweg naar Uden werd nabij Den Bosch nog een Orpheusspotvogel bezocht. De maand was nog niet voorbij en we zagen nog Grote Burgemeester, Kwak, Roodmus en Kleinst Waterhoen. Een Schildraaf werd bezocht op 30 mei in Leen in de provincie Groningen. Indien de Schildraaf aanvaard zal worden dan is dit een nieuwe soort voor Nederland en natuurlijk ook voor onze lijst. Voorlopig tellen we hem nog even mee en wachten af wat de CDNA er mee gaat doen. De maand mei was prima voor onze jaarlijst die was gestegen tot 240 soorten.

De maand juni werd op vijfde afgetrapt met een Dwergaalscholver in de Keent. Een nieuwe Nederlandse soort voor Maartje en voor mij een nieuwe Brabant soort. Eerder in de ochtend van de vijfde zagen we een Vale Gier nabij Sint Anthonis, ook lekker dicht bij huis. Op 14 juni werd in Oostkapelle een Roodkopklauwier gevonden. Wij bezochten de vogel en deze liet zich leuk op de foto zetten. De volgende dag werd geheel besteed aan het zoeken naar een Hop in Reusel. De Hop telt nog voor onze maandlijst en we waren dan ook erg blij toen we de vogel pas op het eind van de dag vonden. Een rondje Limburg leverde Bijeneter, Kortsnavelboomkruiper en Grauwe Gors op, de Grauwe Gors telde ook nog voor de maandlijst. Op 21 juni werd nabij Nederweert een Cirlgors ontdekt. Dit kan goed de vogel van vorig jaar zijn maar wij deden hem graag. Op 24 april werd een Kleine Vliegenvanger bezocht op de Hoge Veluwe. Een succesvol bezoek aan een Slangenarend nabij de telpost “De Hamert” werd ruw afgebroken door de melding van een Grijskopkievit in Workumermeer. We stonden tijdens de melding nog op de telpost en dat betekende dat we eerst een half uur moesten lopen om terug bij de auto te komen. Daarna begon een lange nerveuse rit naar Workumermeer die niet zonder hindernissen verliep. Gelukkig kwam alles goed en konden we de eerste Grijskopkievit van Nederland ook bijschrijven op onze Nederlandse lijst. Juni was nog niet voorbij en op de 30ste zagen we nog een Graszanger in Beugen, ook weer lekker dicht bij huis. De teller stond nu op 259 jaarsoorten.

De maand juli was heel stil. We begonnen op 14 juli weer met onze tellingen op de “Brobbelbies Noord” maar ook hier gebeurde deze maand niet veel. De enige nieuwe jaarsoort was een Kruisbek en de teller stond dus op 260 jaarsoorten.

Gelukkig gebeurde er meer in augustus en we trapten de maand af met een Zwarte Ooievaar op de telpost. Op 11 augustus werd een Amerikaanse Goudplevier bezocht in Polsbroekerdam die nog telde voor de maandlijst. Op 15 augustus zagen we in de Ronde Venen een Steltstrandloper die eveneens telde voor de maandlijst. Op 15 augustus werd een heuse Alaskastrandloper gevonden in Westhoek (Friesland). De determinatie van de vogel kwam middels foto’s pas in de avond rond en we hoopte dat de vogel er de volgende dag nog zou zitten. Vroeg in de ochtend vertrokken we de volgende dag naar Westhoek waar in deze tijd van het jaar duizenden stellopers zitten. De verwachtingen waren eerlijk gezegd niet al te hoog en het adrenaline gehalte steeg naar grote hoogte toen (nog) onderweg de Alaskastrandloper terug gevonden werd. Het gaspedaal werd een stuk dieper ingedrukt en een half uur later zagen ook wij de Alaskastrandloper prachtig door de telescoop. Helaas te ver voor een foto maar dat mocht de pret niet drukken voor deze nieuwe Nederlandse soort. De maand augustus leverde verder nog soorten op zoals Grauwe Franjepoot, Lachstern en Turkestaanse Klauwier. Op het eind van de maand stond de teller op 269 soorten.

September begon lekker met een Kleine Klapekster op de eerste in de provincie Zeeland welke ook nog telde voor de maandlijst. Een dag met noordwesten wind in Westkapelle leverde Drieteenmeeuw, Kleine Jager, Kleinste Jager, Vaal Stormvogeltje en Noordse Pijlstormvogel op. Op 24 september zagen we een Bosgors in Noordwijkerhout die nog telde voor de Nederlandse lijst van Maartje. De telpost leverde nog Roodkeelpieper en IJsgors op. De maand was relatief rustig en de jaarteller stond op 278 soorten.

De maand oktober werd er één die ons nog lang zal bijblijven. Op 2 oktober zag ik een Rosse Franjepoot bij Westkapelle voorbij vliegen die helaas door Maartje werd gemist. Een Grauwe Pijlstormvogel werd wel door beide gezien. Het Dutch Birding Najaarsweekend op Texel leverde een Blauwvleugeltaling op voor de maandlijst en jaarlijst. Daarnaast werden ook IJseend, Bladkoning, Roze Spreeuw en Sneeuwgors bijgeschreven voor de jaarlijst. Op 12 oktober werd in Zeebrugge (België) een Siberische Sprinkhaanzanger bezocht die nog voor onze wereldlijst telt. Terwijl we daar zijn wordt via DBalerts een Mirtezanger gemeld die gevangen is op een ringstation in Schiermonnikoog. We wisten dus waar we naar toe moesten de volgende dag. We reden terug naar Uden en kregen onderweg een melding van een Roodoogvireo die vlakbij de locatie van de Siberische Sprinkhaanzanger gevonden werd. We besloten niet terug te rijden. Rond Antwerpen kwam er opnieuw een melding binnen, nu van een Bruine Klauwier die in de Keent gevonden was. Dichtbij huis en een harde nieuwe Brabant soort. Gelukkig bleef de Bruine Klauwier steady zitten en konden we hem in de ondergaande zon bijschrijven. Terwijl we bij de Bruine Klauwier stonden kwam via een appgroep een foto binnen van een Vale Spotvogel die in een tuin in Wijde Wormer gefotografeerd was door de bewoonster. De determinatie was nog niet helemaal rond maar het zag er toch goed uit voor een Oostelijke Vale Spotvogel. Een beetje een dilemma wat te doen de volgende dag. Een vroege watertaxi naar Schiermonnikoog lukte ons niet te regelen. We besluiten toch de eerste veerboot te nemen die om half tien vertrekt. Tijdens de rit naar Lauwersoog wordt de Vale Spotvogel gemeld. We blijven echter bij ons plan om als eerste de Mirtezanger te proberen. Eenmaal op het eiland is er geen spoor van de Mirtezanger te bekennen 😢. Het duurde zeker 3 kwartier voordat de vogel gemeld werd via de “DBalerts info app”. De Mirtezanger zat zo’n 600 meter verder en er werd een sprintje ingezet. Op de plek aangekomen bleek de vogel alweer verdwenen te zijn. Iets verderop werd hij weer terug gevonden en nu kregen ook wij de vogel (weliswaar op afstand) in beeld. Dit patroon herhaalde zich diverse malen. Telkens vloog de Mirtezanger verder om dan weer even gezien te worden helaas zonder een foto kans. We richtten nu onze aandacht op de Vale Spotvogel en een watertaxi werd geregeld die ons om 12.15 uur naar de vaste wal zou brengen. De overtocht met de watertaxi duurde iets langer dan een kwartier. We moesten daarna nog 200 kilometer rijden om in Wijde Wormer aan te schuiven bij de Vale Spotvogel. Tijdens de rit bleven meldingen binnenkomen dat de vogel steady in beeld zat. Omstreeks 14.40 uur arriveerde we in Wijde Wormer en de Vale Spotvogel zat op niet al te grote afstand en er konden nog een paar leuke platen gemaakt worden. Door middel van de foto’s die gemaakt werden werd al snel duidelijk dat het hier wel eens om een Grote Vale Spotvogel kon gaan en niet om een Oostelijke Vale Spotvogel. Beide nieuw voor Nederland maar een Grote Vale Spotvogel is extreem zeldzaam in Europa. Verzameld DNA materiaal bevestigde later dat het hier inderdaad om een Grote Vale Spotvogel ging. 2 nieuwe soorten voor onze Nederlandse lijst op 1 dag, dat zal niet snel meer gebeuren. Het spektakel was echter nog niet afgelopen in oktober. Op de 20ste zagen we op de Maasvlakte een Provençaalse Grasmus. Op de 25ste gingen we op zoek naar een Amerikaanse Smient in Harlingen. Terwijl we Harlingen binnenrijden wordt er op Vlieland een Bruine Lijster gevonden. Deze telt nog voor de lijst van Maartje en de Bruine Lijster die ik eerder zag had ik maar erg kort gezien. We moesten dus met de eerstvolgende veerboot naar Vlieland. We hadden nog wat tijd voor de Amerikaanse Smient maar die konden we niet gevonden krijgen. Gelukkig hadden we de snelboot maar ondanks deze tijdwinst hadden we maar iets meer dan een uur zoektijd. Het werd echter een inkoppertje, de Bruine Lijster liet zich snel erg mooi bekijken. 2 dagen later werden we opgeschrikt door een melding van een Witkeelgors die gevonden werd op de Maasvlakte. We reden er onmiddellijk naar toe en helaas kreeg alleen ik de vogel kort in beeld. Dit werd de volgende dag goedgemaakt. Nu kreeg ook Maartje de Witkeelgors te zien die nog telt voor onze Nederlandse lijst. De maand werd afgesloten met een Bonte Kraai in Rosmalen. Op het eind van de maand stond de jaarteller op 293 soorten.

November begon met een Bokje tijdens een niet succesvolle zoektocht naar de Blauwvleugeltaling op Texel. Op 3 november werd in de Keent een Grijze Wouw ontdekt. De tweede alweer voor deze locatie. Op 27 november werd op Texel een Struikrietzanger bezocht voor de maandlijst. Een Kuifleeuwerik in Apeldoorn werd voor de jaarlijst bezocht op 29 november. De jaarteller stond nu op 298 soorten.

Normaal bereiken we de 300 soorten al in de maand augustus of september. Dit lag nu duidelijk anders en er moest nog flink wat gevogeld worden in december om de 300 target veilig te stellen. Op 1 december werd een rondje gereden om Roodhalsgans, Kleine Zwaan en Krooneend toe te voegen. Dit bracht de lijst op 301 soorten maar er moest nog een buffertje aangelegd worden voor als er eventueel nog soorten afvallen. Op 3 december werden Ringsnaveleend, Kokardezaagbek, Parelduiker en 8 Velduilen toegevoegd aan de lijst. Een Roze Pelikaan die ontdekt werd nabij Halfweg in de provincie Overijssel moest gedaan worden voor de maandlijst en telde tevens voor de jaarlijst. De Kleine Burgemeester van Amsterdam werd bezocht op 17 december. Op 22 december werd een Kleine Alk bijgeschreven die op het Veerse meer zat. Dezelfde dag deden we ook een Europese Kanarie in Rhenen. Op 23 december werd vogelend Nederland opgeschrikt door de melding van een heuse KLEINE REGENWULP!! De Kleine Regenwulp zat in de kop van Noord-Holland en we konden het die dag niet meer redden voor het donker. Het werd een nerveuse nacht met weinig slaap en vroeg in de ochtend reden we naar de plek waar gisteren voor het laatst gezien was. Het was nog donker toen we arriveerden. Het begon ook vrijwel meteen te regenen. Vlak nadat het licht geworden was werd de vogel gezien in een vliegende groep Wulpen. Hij moest er dus nog zitten. Het werd een miezerige koude dag en het duurde tot 4 uur voordat ook wij de Kleine Regenwulp mochten aanschouwen. Wat een megaklapper om het jaar mee af te sluiten. Op 28 december reden we weer terug voor eventuele fotokansen. We zochten tot 12 uur maar konden de Kleine Regenwulp niet gevonden krijgen. We reden verder naar Friesland voor nog wat jaarsoorten. Frater, Zwarte Ibis en Pestvogel werden daar zonder al te veel moeite snel gevonden. Op 29 december werd een ongeringde Bronskopeend bezocht in Voorst welke ook nog telt voor de maandlijst. Het was mooi winterweer en we besloten nog een keer naar de Kleine Regenwulp te rijden. Onderweg werd het Regenwulpje gemeld en we konden aanschuiven bij aankomst. Hij zat nu prachtig in het zonnetje en met de telescoop prachtig te bekijken, helaas wel te ver voor een foto. De dag was nog niet afgelopen en we reden verder naar een gemelde Grote Trap nabij Brielle. De Grote Trap telt nog voor onze Nederlandse lijst, de vogel droeg echter een ring en een zender. Later bleek dat hij uit een herintroductie project uit Duitsland kwam en daarmee wellicht niet telbaar is. We wachten af maar nemen hem niet mee in onze jaartelling. De dag was nog niet voorbij. Bij Neeltje Jans werd nog een IJsduiker bezocht die ook nog telt voor onze jaarlijst. Hiermee is de jaarlijst gestegen tot 315 soorten.

Voor de Nederlandse lijst is het een zeer goed jaar geworden. Maar liefst 9 nieuwe soorten wist ik toe te voegen. Maartje had zelfs 12 nieuwe soorten! Dit is het dertiende jaar op rij dat ik over de 300 soorten scoor. Hier volgt een overzicht van de nieuwe soorten voor de Nederlandse lijst:

Toy

  1. Kalanderleeuwerik
  2. Monniksgier (moet nog aanvaard worden)
  3. Schildraaf (moet nog aanvaard worden)
  4. Grijskopkievit (moet nog aanvaard worden)
  5. Alaskastrandloper
  6. Mirtezanger
  7. Grote Vale Spotvogel (moet nog aanvaard worden)
  8. Witkeelgors (moet nog aanvaard worden)
  9. Kleine Regenwulp (moet nog aanvaard worden)

Maartje

  1. Kalanderleeuwerik
  2. Monniksgier (moet nog aanvaard worden)
  3. Schildraaf (moet nog aanvaard worden)
  4. Dwergaalscholver
  5. Grijskopkievit (moet nog aanvaard worden)
  6. Alaskastrandloper
  7. Bosgors
  8. Mirtezanger
  9. Grote Vale Spotvogel (moet nog aanvaard worden)
  10. Bruine Lijster (moet nog aanvaard worden)
  11. Witkeelgors (moet nog aanvaard worden)
  12. Kleine Regenwulp (moet nog aanvaard worden)

Hier volgt een overzicht van de lijsten die we bijhouden

Toy

  • Levenslijst Nederland 457 soorten
  • Levenslijst wereld 3737 soorten
  • Totaal eeuwige maandlijst 3492
  • Jaarlijst 2019 315 soorten

Maartje

  • Levenslijst Nederland 448 soorten
  • Levenslijst wereld 4463 soorten
  • Totaal eeuwige maandlijst 3448
  • Jaarlijst 2019 314 soorten

In 2020 gaan we opnieuw proberen de 300 soorten te halen in Nederland. De eeuwige maandlijst zal over de magische grens van 3500 gaan. De buitenlandse reis gaat naar West Papua.