Zwartkopzanger | Setophaga striata

2020 is een extreem bizar jaar geworden wat voornamelijk gedomineerd werd door het Corona virus. Desondanks was er nog voldoende te vogelen in Nederland. Buiten Nederland vogelen was dit jaar vrijwel niet mogelijk en onze gebruikelijke trips naar verre oorden moesten worden afgezegd. Dus geen uitbreiding van de wereldlijst. Laten we terugblikken op wat we wel zagen in ons eigen land.

IJseend | Clangula hyemalis
Kuifleeuwerik | Galerida cristata
Pestvogel | Bombycilla garrulus

Op 1 januari begon ons nieuwe vogeljaar met een bezoek aan de provincie Zeeland. We vertrokken niet al te vroeg en het werd geen Big Day zoals we voorheen vaak deden. Op het Veerse Meer zat nog een Kleine Alk die telde voor de maandlijst van Maartje. Hij was niet al te gemakkelijk en het duurde even voordat we hem vonden. Alle 3 de duikersoorten, Roodkeel-, Parel- en IJsduiker konden worden bijgeschreven voor 2020. Een Kuifaalscholver en IJseend zijn nog het noemen waard maar verder werd er niet veel bijzonders gevonden. We eindigde de dag op 53 soorten, een redelijke start maar dat is weleens beter geweest. De volgende dag gingen we weer op pad. De Kleine Regenwulp die in december 2019 werd ontdekt zat er nog. Deze moest zeker gedaan worden omdat het een goede maand- en tevens jaarsoort is. We vonden hem vrij snel en de eerste echte knaller voor de 2020 jaarlijst stond erop. We gingen veel op pad in januari en dat leverde onder andere de volgende goede soorten op; Zwarte Rotgans, Kokardezaagbek, Grote Burgemeester, Witoogeend, Roze Pelikaan, Pestvogel, Kuifleeuwerik, en Amerikaanse Smient. We sloten de maand af met 123 soorten, een goede start.

Buidelmees | Remiz pendulinus
Waterpieper | Anthus spinoletta
Kleine Burgemeester | Larus glaucoides

Februari werd begonnen met een Strandplevier in de Kwade Hoek die nog telt voor de maandlijst van Maartje. We vonden hier ook 13 IJsgorzen, altijd fijn om ze al op de jaarlijst te hebben. De trip werd uitgebreid met een Ross’ Gans in de Vockestaert nabij Schiedam. Een Graszanger werd bezocht in Zeeuws Vlaanderen en die telde nog voor de maandlijst. We vonden hier ook een groepje Sneeuwgorzen. Een Vorkstaartmeeuw werd in de Westhoek bezocht, een knallertje voor de maandlijst. Na een succesvol bezoek aan een Oosterse Tortel in Sneek werden ook Roodhalsgans, Velduil, Frater en Koereiger toegevoegd aan de jaarlijst. Op 19 februari werd een Boerenzwaluw gevonden bij de Gaatkensplas in Barendrecht, een bizarre maandsoort. De volgende dag was hij gelukkig nog aanwezig en daarmee hebben we de Boerenzwaluw nu rond in alle maanden van het jaar, wie had dat ooit kunnen denken. Andere noemenswaardige soorten voor februari waren; Grauwe Gors, Kleine Burgemeester, Dwerggans en Witbuikrotgans. Onze jaarlijst was gegroeid tot 152 soorten, we zitten weer op de helft voor de 300 soorten.

Oosterse Tortel | Streptopelia orientalis
Boerenzwaluw | Hirundo rustica
Graszanger | Cisticola juncidis

We gingen maart in met nog niet veel last van de Corona maatregelen. Alle waarneming meld-systemen stonden nog open. Een Schildraaf die al langere tijd in Nederland zit werd bezocht, de vogel moet nog aanvaard worden wat ik niet veel kans geef eerlijk gezegd. Wel pikten we onderweg naar de Schildraaf onze eerste Rode Wouw mee voor 2020. Het wéér was niet al te best en de gebruikelijke bezoeken aan de telpost op de Kamperhoek bleven beperkt hierdoor. Halverwege maart begon de situatie rondom Corona te verslechteren en de waarneming meld-systemen werden vrijwel allemaal dichtgezet. Gelukkig was de ontdekking van een Franklins Meeuw nog net op tijd, voor Maartje een nieuwe soort voor Nederland. Een Oehoe die bij ons in de buurt zit werd bezocht. Eindelijk konden we ook de Zwarte Wouw toevoegen aan onze maart-lijst. En dit was het eigenlijk voor maart. Uden, waar wij wonen werd hard getroffen door het Corona virus en we zaten letterlijk in het middelpunt van de crisis. Maart werd afgesloten met 175 soorten voor de jaarlijst.

Roodborsttapuit | Saxicola rubicola
Blauwborst | Luscinia svecica
Zwartkeellijster | Turdus atrogularis

Op 2 april werd een Kokardezaagbek bezocht die nog telt voor de maandlijst. We gingen daarna op weg naar een Sneeuwgans in Brabant. Onderweg hoorden we dat er een Zwartkeellijster in Utrecht ontdekt was. We waren in de buurt en de vogel werd snel gevonden. Ook de Sneeuwgans kon snel op de lijst worden bijgeschreven. Op 5 april waren de condities uitermate goed voor een bezoek aan de Kamperhoek. Om 6.30 uur stonden we op de dijk en het was zoals gewoonlijk erg koud. De vogels maakte dat niets uit en het vloog uitstekend. Goede soorten zoals Buidelmees, Europese Kanarie, Beflijster, Zwarte Wouw en Kraanvogel werden genoteerd. Voor een volledig overzicht van de telling klik hier. Een Geelsnavelduiker die gevonden was nabij Ouddorp werd gedaan op 7 april, de vogel telt nog voor onze maandlijst. Op de terugweg werd de Maasvlakte bezocht wat een Strandleeuwerik opgeleverde. Een vrouwtje Kleine Topper werd bezocht bij het Nuldernauw, het eerste vrouwelijke geval voor Nederland. Op 23 april vond Teun van Kessel een Hop nabij onze telpost “De Brobbelbies Noord”. Een goede nieuwe regiosoort en hij telt tevens voor de jaarlijst. Een Havikarend en een Balkankwikstaart die eind april in Nederland gezien werden (en twitchbaar waren) konden wij helaas niet bezoeken, beide zouden nog tellen voor onze Nederlandse lijst 😪. April eindigde op 223 soorten voor de jaarlijst.

Kleine Topper | Aythya affinis
Temmincks Strandloper | Calidris temminckii
Grauwe Gors | Emberiza calandra

Op 3 mei werden een Bokje en een Alk bezocht voor de maandlijst. Op 4 mei werd op de Leende Heide een Bergfluiter ontdekt die nog telt voor onze Brabant-lijst. Op 9 mei vertoefde we in de provincie Noord-Holland. Een Iberische Tjiftjaf in Haarlem werd bezocht en een Orpheusspotvogel nabij Spaarnwoude. Met een Kwartelkoning die in een buitenwijk van Amsterdam zat werd de dag afgesloten. Op 16 mei werd flink gewerkt aan de jaarlijst. We begonnen met een Roodkopklauwier in Schoorl. Daarna werd een Griel gedaan nabij Elst. Een Roodkeelpieper liet zich leuk bekijken in de Netterdensche Broek. De dag werd afgesloten met een Grauwe Gors op onze eigen telpost “De Brobbelbies Noord”. De volgende dag reden we naar de provincie Groningen en onderweg werd een Klein Waterhoen bezocht nabij Steenwijkerland. In het buitendijks gebied van de Dollard nabij Termunten werd een Blonde Ruiter op de lijst bijgeschreven. Ook zochten we hier nog tevergeefs naar een Steppekiekendief, maar we vonden wel meerdere Grauwe Kiekendieven. Vervolgens bezochten we de Witwangsterns bij het Zuidlaardermeer. Op de terugweg naar Uden werd bij Mastenbroek een Zwarte Ibis aan de lijst toegevoegd. Op 21 mei reden we opnieuw naar het noorden, nu naar de provincie Friesland. Onderweg werd in de Weerribben een Krekelzanger bezocht. Het werd een lekker dagje vogelen met soorten als Morinelplevier, Breedbekstrandloper en Gestreepte Strandloper. Onderweg terug naar Uden terwijl we ongeveer ter hoogte van Apeldoorn reden kwam er een melding binnen van een Steppearend die boven Middelburg vloog. Te ver om iets mee te doen zo leek ons, maar voor de zekerheid werd wel de tank volgegooid mocht de vogel ergens landen. Eenmaal terug in Uden zaten we net in de tuin de zakken van onze gehaalde friet open te maken toen er een melding doorkwam dat de Steppearend geland was in de regio van Goes. Dit was rond 19.30 uur, er werd echter niet getwijfeld en de spullen (en de friet) werden in de auto gegooid en de rit naar Goes werd ingezet. Met nog een kwartier te gaan kwam een piep dat de vogel was opgevlogen, het zal toch niet waar zijn…. Gelukkig werd de Steppearend vrij snel op een akker teruggevonden en konden wij aanschuiven. De Steppearend telt nog voor onze Nederlandse lijst. De maand mei bleef nog goede soorten produceren zoals; Bijeneter, Waterspreeuw, Struikrietzanger, Kwak, Vale Gier, Roodmus, Dougalls Stern en Woudaap. op 31 mei stond de teller op 272 soorten voor de jaarlijst.

Roodkeelpieper | Anthus cervinus
Orpheusspotvogel | Hippolais polyglotta
Grauwe Klauwier | Lanius collurio
Breedbekstrandloper | Calidris falcinellus
Steppearend | Aquila nipalensis
Roodmus | Carpodacus erythrinus

De maand juni begon erg rustig zoals we eigenlijk wel gewend zijn. Op 10 juni kwam daar verandering in met de melding van een Groene Fitis op Texel. Er werd niet getwijfeld en we reden onmiddellijk richting Den Helder met het doel de veerboot van 10.30 uur te halen. Het verkeer werkte goed mee en rond 11.15 uur stonden we met een grote groep vogelaars in het Krimbos. De Groene Fitis was al een tijd niet meer gezien en naarmate de tijd vorderde leken ook onze kansen af te nemen. Gelukkig rond 12.00 uur werd de vogel gehoord en liet zich daarna langere tijd mooi bekijken. De Groene Fitis is pas de tweede van Nederland en tevens nieuw voor onze lijst. Een Koningseider werd als bonus meegepikt voor de maandlijst. Op 11 juni werden een Middelste Jager en een Siberische Tjiftjaf bezocht voor de maandlijst. Op 17 juni zaten we in Hall op de Veluwe voor 2 adulte Roze Spreeuwen die zich leuk op de foto lieten zetten. Op de terugweg naar Uden werd de Slangenarend van het Deelensche Veld bezocht en een overvliegende Zwarte Ooievaar werd gretig genoteerd. Op 19 juni zaten we weer in het noorden waar een Kleinst Waterhoen in het Zuidlaardermeer werd bijgeschreven. In het Lauwersmeer zagen we een Terekruiter en een Poelruiter. Met een Nachtzwaluw stond onze jaarlijst op 285 soorten eind juni.

Groene Fitis | Phylloscopus nitidus
Groene Fitis | Phylloscopus nitidus
Groene Fitis | Phylloscopus nitidus
Dougalls Stern | Sterna dougallii
Koningseider | Somateria spectabilis
Middelste Jager | Stercorarius pomarinus

1 juli stond in het teken van de maandlijst. Een Dougalls Stern in de Putten bij Petten en een Struikrietzanger in het Lauwersmeer werden bezocht. Op 9 juli werd een Grijze Wouw in Limburg gedaan, de vogel telt zowel voor de maand- als jaarlijst. Daarna reden we naar Utrecht voor een Roze Spreeuw die nog voor de maandlijst telt. Op 11 juli konden we eindelijk de Hop voor de juli-lijst noteren en daarmee hebben we hem nu in alle maanden. Het werd een goede dag want ook een Roze Pelikaan werd bijgeschreven voor de maandlijst en ook deze soort is nu in alle maanden gezien. Op 12 juli werd een Kleinste Jager bezocht in Ridderkerk, de vogel telt voor de maand- en jaarlijst. Het zou de enige Kleinste Jager van 2020 voor ons blijven. Op de terugweg naar Uden werd in de Biesbosch de Buffelkopeend gedaan voor de jaarlijst. Op 23 juli werd Texel bezocht voor een Bonapartes Strandloper, de vogel telde nog voor de maandlijst. De volgende dag reden we naar het Verdronken land van Saeftinghe om na een lange wandeling een Amerikaanse Oeverloper bij te schrijven. De vogel telde nog voor de maandlijst van Maartje. Noemenswaardig voor juli zijn nog soorten als Lachstern en Steppekiekendief. Op het eind van de maand stond de teller op 294 soorten.

Roze Spreeuw | Pastor roseus
Rietgors | Emberiza schoeniclus
Witwangstern | Chlidonias hybrida
Bonapartes Strandloper | Calidris fuscicollis
Grauwe Kiekendief | Circus pygargus
Middelste Bonte Specht | Dendrocoptes medius

Het begin van Augustus werd voornamelijk doorgebracht op onze telpost “De Brobbelbies Noord”. Op 9 augustus werd een Klein Waterhoen in Budel bezocht, de vogel telt nog voor onze maandlijst en Brabant-lijst. Op 11 augustus werd een Waterrietzanger bezocht in de Eendragtspolder nabij Zevenhuizen. Op zoek naar een eerder gemelde Porseleinhoen liepen we tegen een Kwartelkoning aan die zich op de foto liet zetten. Later konden we ook de Porseleinhoen noteren. Op 13 augustus besloten we laat in de middag nog even naar de telpost te gaan. Een goede beslissing want na een kwartier posten vonden we de eerste Slangenarend van onze telpost. Op 15 augustus begonnen we de dag op de telpost en de eerste Duinpieper van het jaar werd gezien. Terwijl we op de telpost zaten werd een melding gedaan van een mogelijke Steppeplevier nabij Westkapelle. We besloten af te wachten of het een zekere melding betrof, maar gingen in ieder geval alvast de tank van de auto volgooien. Niet veel later kwam de bevestiging dat het om een Steppeplevier ging, maar de vogel zat niet meer op de eerder gemelde plek. We besloten toch om direct naar Westkapelle te rijden wat een goede zet bleek te zijn. De vogel werd teruggevonden op een akker en op afstand zagen ook wij deze nieuwe soort voor Nederland. Op 23 augustus zagen we op de telpost nog een adult mannetje Roodpootvalk en daarmee stond onze jaarlijst op 301 soorten eind augustus.

Klein Waterhoen | Dendrocoptes medius
Kwartelkoning | Crex crex
Waterrietzanger | Acrocephalus paludicola
Slangenarend | Circaetus gallicus
Wespendief | Pernis apivorus
Klein Waterhoen | Dendrocoptes medius

Een westerstorm lokte ons naar Texel op 5 september. De zeetrek viel een beetje tegen maar we konden toch één Noordse Pijlstormvogel (onze enige dit jaar) en diverse Grauwe Pijlstormvogels noteren. Er vloog geen enkele Jager, opmerkelijk. Op de terugweg naar Uden hadden we geluk met de melding van een Steppevorkstaartplevier. De vogel werd op 15 minuten afstand gemeld maar we moesten toch nog flink zoeken voordat we hem zagen. Op 16 september zagen we onze derde Rosse Waaierstaart van Nederland nabij Almere. Op 26 september werd een Kleine Klapekster bezocht in de Rijnstrangen. De volgende dag moesten we opnieuw op pad nu voor een Steppekievit nabij Huissen die nog telt voor de maandlijst. Vanaf de Steppekievit reden we naar de Maasvlakte. Hier werden Kleine Vliegenvanger, Dwerggors en Bladkoning bijgeschreven voor de jaarlijst. Een Strandleeuwerik konden we niet negeren voor onze maandlijst. De maand werd afgesloten met een Noordse Boszanger in de duinen bij Katwijk. De teller stond nu op 312 soorten.

Morinelplevier | Charadrius morinellus
Wespendief | Pernis apivorus
Wespendief | Pernis apivorus
Wespendief | Pernis apivorus
Wespendief | Pernis apivorus
Rosse Waaierstaart | Cercotrichas galactotes
Kleine Klapekster | Lanius minor
Dwerggors | Emberiza pusilla
Kleine Vliegenvanger | Ficedula parva

Oktober kon niet beter beginnen. Een Ortolaan op 2 oktober op de telpost telt nog voor de maandlijst. De telling werd echter snel afgebroken vanwege de melding van een heuse Goudlijster! De vogel zat in de buurt van Ouddorp en werd regelmatig gezien. Wij zetten onmiddellijk koers richting Ouddorp en vrijwel bij aankomst zien ook wij de Goudlijster. De vogel wordt vrijwel alleen af en toe vliegend gezien, maar het lukt me toch een plaatje te maken wanneer hij even heel kort in een boom ging zitten. De Goudlijster telt nog voor onze Nederlandse lijst. Op 9 oktober begint het Dutch Birding Texel weekend en ook wij zijn weer van de partij. Het wordt een goed weekend voor de jaarlijst, we noteren; Rosse Franjepoot, Bruine Boszanger, Kleine Jager, Izabeltapuit, Blauwstaart en Kleine Barmsijs. We zijn ook erg blij met een zelf ontdekte Rietzanger welke nog telt voor de maandlijst. 14 en 15 oktober worden volledig op de telpost doorgebracht. Er waren goede condities voor trek van Buizerds en er was tevens flinke aanvoer vanuit het hoge noorden. Op 14 oktober ging het los en we telden die dag 1273 exemplaren wat een nieuw Nederlands dagrecord betekende! Voor een volledig overzicht van de telling klik hier. De aantallen konden nog niet op zijn en de volgende dag stond ik opnieuw met het eerste licht op de telpost. Tot 16.00 uur telden we 575 exemplaren en de trek leek af te nemen. De meeste tellers gingen naar huis, maar ik bleef met Teun van Kessel op de telpost achter. Om 16.03 uur krijgen we een app dat vanuit Nijmegen honderden Buizerds werden waargenomen die in zuidwestelijke richting vlogen. Onze verwachtingen stegen naar een hoogtepunt en om 16.23 uur zagen we de eerste Buizerds richting de telpost komen. Daarna barst het los en in no time zagen we 3 grote bellen voor de telpost. De grootste bel werd geschat op 450 vogels en de 2 andere rond de 300. Er kwamen echter nog steeds nieuwe vogels aan en de bellen begonnen ook al leeg te lopen. We probeerde de vogels zo goed mogelijk te tellen maar dat viel niet mee. In ongeveer 40 minuten telde we rond de 1100 Buizerds! Daarna begonnen de aantallen snel af te nemen en met het schemerlicht maakte we de balans op. Niet minder dan 1776 Buizerds stonden op de lijst!! We dachten wederom een nieuw Nederlands record, maar het bleek dat de telpost Oelemars er 17 meer had dan ons. Dat maakte ons eigenlijk niets uit na deze bizarre ervaring. Ik denk niet dat ik dit ooit nog zal mogen meemaken bij ons op de telpost maar wie weet….. Voor een volledig overzicht van de telling klik hier. Op 16 oktober wordt de Maasvlakte bezocht voor een Sperwergrasmus en een Blauwstaart, de Blauwstaart laat zich leuk op de foto zetten. Op 19 oktober breekt Maartje haar rechter arm. Na foto’s in het ziekenhuis blijkt dat de arm niet in het gips hoeft, dat scheelt. We moeten wel rekening houden met een hersteltijd van 2 tot 3 maanden. Dan wordt op zondag 25 oktober een Blackpoll Warbler (Zwartkopzanger) gemeld op Texel. Maartje heeft de volgende dag een afspraak in het ziekenhuis voor foto’s van haar arm. We besluiten niet te gaan en de foto’s af te wachten. De volgende dag in het ziekenhuis krijgen we goed bericht en tevens word de Blackpoll gemeld. We rijden meteen naar Texel waar we aansluiten bij een nerveuze groep vogelaars want de vogel is al geruime tijd niet meer gezien. Daarbij is het ook niet al te best weer en af en toe worden we getrakteerd op een fikse bui. Als we bijna de moed opgeven wordt de vogel plotseling weer ontdekt en na een korte sprint zien ook wij nu de Blackpoll Warbler! Wat een knaller! Een Vale Gierzwaluw pikken we als bonus daarna ook nog mee op Texel. Met deze soorten sluiten we de maand af en de teller staat nu op 323 soorten voor 2020.

Steppekievit | Vanellus gregarius
Strandleeuwerik | Eremophila alpestris
Noordse Boszanger | Phylloscopus borealis
Goudlijster | Zoothera aurea
Izabeltapuit | Oenanthe isabellina
Blauwstaart | Tarsiger cyanurus
Blauwstaart | Tarsiger cyanurus
Bladkoning | Phylloscopus inornatus

1 november kan niet beter starten dan met een Alpengierzwaluw in de Eemshaven, de vogel telt nog voor de Nederlandse lijst van Maartje. Onderweg naar de Alpengierzwaluw zien we diverse Kerkuilen welke nog tellen voor de jaarlijst. Op de terugweg naar Uden ontvangen we een app dat er een Draaihals zit nabij Ochten. Dit ligt langs de route maar voor deze maand-knaller hadden we ook wel willen omrijden. Op 7 november bezoeken we een Zwarte Wouw in de kop van Noord-Holland, wederom een goede maandsoort. Op de terugweg rijden we langs de Keent om een gemelde Kleine Plevier te bezoeken, ook weer een bizarre maandsoort. Op 17 november rijden we naar Paesens waar we zoeken naar een Vale Lijster, we zijn nu echter een dag te laat 😥. Wel noteren we hier een Ransuil die nog telt voor de jaarlijst. Op 27 november wordt een Humes Bladkoning gedaan in Geldermalsen. Op 28 november wordt een Pallas’ Boszanger bezocht in de Dintelse Gorzen. Dit is een nieuwe soort voor onze Brabant-lijst (zelfs de eerste twitchbare van Brabant) en tevens een jaarsoort. We sluiten de maand af met een Siberische Tjiftjaf in Prinsenbeek, dit is mijn 300ste soort voor Brabant! De jaarteller staat op 328 soorten.

Alpengierzwaluw | Tachymarptis melba
Draaihals | Jynx torquilla
Buizerd | Buteo buteo
Humes Bladkoning | Phylloscopus humei
Pallas' Boszanger | Phylloscopus proregulus
Pallas' Boszanger | Phylloscopus proregulus

Op 1 december wordt de maand begonnen met een Kleine Plevier die voor de maandlijst telt. Het is zelfs de eerste Kleine Plevier ooit van Nederland in december. Na de Kleine Plevier rijden we naar de Zegenpolder in Rhoon. Hier zit nog steeds de Roodkeelpieper van vorige maand. We moeten flink zoeken maar ook deze soort kan worden bijgeschreven voor de maandlijst. Op 6 december doen we in Kornwerderzand een Visdief voor de maandlijst. Daarna zoeken we tevergeefs naar een Zwarte Wouw in de omgeving van Den Oever. Op 10 december zijn we bij de Kwade Hoek op zoek naar een Mongoolse Pieper die nog telt voor de jaar- en maandlijst. Na enkele uren zoeken vinden we hem uiteindelijk. De jaarlijst is hiermee gegroeid tot 329 soorten. Op 16 december wordt een Graszanger voor de maand genoteerd. We zijn de Zwarte Wouw nog niet vergeten en op 17 december kunnen we hem eenvoudig bijschrijven voor de maandlijst. De Zwartkeellijster van het voorjaar is weer terug in Utrecht (of nooit weggeweest) en we moeten hem doen voor de maandlijst. Op 20 december krijgen we een tip dat er een Beflijster in de Ooijpolder zit. Er wordt niet getwijfeld en we rijden meteen richting de Ooijpolder. Na ongeveer 5 minuten vinden we de vogel die nog voor mijn maandlijst telt, Maartje had hem al ooit. Er is verder niet meer gevogeld in december. Dat betekent dat de jaarlijst is geëindigd op 329 soorten.

Kleine Plevier | Charadrius dubius
IJsduiker | Gavia immer
Siberische Tjiftjaf | Phylloscopus collybita tristis
Mongoolse Pieper | Anthus godlewskii
Zwarte Wouw | Milvus migrans
Zwartkeellijster | Turdus atrogularis

Wat vogelen betreft was het zeker geen slecht jaar. Het is het veertiende jaar op rij dat ik de 300 soorten haal. Onze Nederlandse lijst is ook weer wat gegroeid. Met de maandlijst gaat het minder hard maar dat wordt natuurlijk steeds moeilijker. De wereldlijst stond nagenoeg stil vanwege het niet doorgaan van onze buitenlandse reizen. De toename komt voornamelijk door het splitten van soorten. Hier volgt een overzicht van de nieuwe soorten voor de Nederlandse lijst:

Toy

  1. Groene Fitis (moet nog aanvaard worden)
  2. Steppearend (moet nog aanvaard worden)
  3. Steppeplevier
  4. Goudlijster (moet nog aanvaard worden)
  5. Zwartkopzanger (moet nog aanvaard worden)

Maartje

  1. Franklins Meeuw
  2. Groene Fitis (moet nog aanvaard worden)
  3. Steppearend (moet nog aanvaard worden)
  4. Steppeplevier
  5. Goudlijster (moet nog aanvaard worden)
  6. Zwartkopzanger (moet nog aanvaard worden)
  7. Alpengierzwaluw

Hier volgt een overzicht van de lijsten die we bijhouden:

Toy

  • Levenslijst Nederland 460 soorten (stijging van 3 t.o.v. 2019)
  • Levenslijst wereld 3747 soorten (stijging van 10 t.o.v. 2019)
  • Totaal eeuwige maandlijst 3529 (stijging van 37 t.o.v. 2019)
  • Jaarlijst 2020 329 soorten

Maartje

  • Levenslijst Nederland 453 soorten (stijging van 5 t.o.v. 2019)
  • Levenslijst wereld 4474 soorten (stijging van 11 t.o.v. 2019)
  • Totaal eeuwige maandlijst 3490 (stijging van 48 t.o.v. 2019)
  • Jaarlijst 2020 329 soorten

In 2021 gaan we opnieuw de 300 soorten proberen. West Papua staat opnieuw op onze reis-agenda.