Januari
Er zit er weer een jaar op dus weer tijd voor een overzicht. We hebben het dit jaar iets rustiger aan gedaan met de jaarlijst. Dat wil niet zeggen dat er niet veel gevogeld is.
In tegendeel, er is veel tijd in het veld doorgebracht. Vooral in het voorjaar ben ik veel wezen tellen op een nieuwe locatie in de Maashorst bij de Hofmans Plassen. Ik heb hier van 10 maart tot 31 mei vrijwel iedere dag geteld en natuurlijk ben ik weer veel op de telpost De Brobbelbies Noord geweest voor de najaar tellingen. We hebben dit jaar geen buitenlandse reis gemaakt hoewel dat eigenlijk wel de bedoeling was. Het is er gewoon niet van gekomen. Hier volgt weer een uitgebreid overzicht van ons vogeljaar 2025.
Op 1 januari hielden we onze traditionele Big Day in de provincie Zeeland. Ditmaal samen met Alwin Borhem en Donny Dolman. Er werd nog getwijfeld of we zouden gaan want er werd windkracht 8 voorspeld. Dit kon ons toch niet weerhouden en vroeg in de ochtend stonden we weer in het bos nabij het dorpje Clinge. Het ging inderdaad flink tekeer en we waren verbaasd dat er toch nog een Bosuil voluit zat te roepen. Met de warmtekijker werden een aantal Houtsnippen gevonden in de schemer en we dachten dat het nog wel eens mee kon vallen met de vogels. Dit bleek echter niet het geval. Het bos bleef erg stil en de 27 soorten die we zagen is een magere score ten opzichte van voorgaande jaren. De rest van de dag bleef de storm ons parten spelen en we eindigde op 91 soorten. De laagste score ooit, een filmpje van de dag is hier te bekijken.
Op 3 januari werd Flevoland bezocht voor de Dwergaalscholver die hier al een hele tijd verbleef. Daarna reden we naar Heerhugowaard voor een Ringsnaveleend en een Siberische Taling. De Ringsnaveleend werd snel gevonden maar de Siberische Taling liet het afweten. Vlak voordat we naar huis wilde rijden kregen we een DBAlerts melding van een heuse Pacifische Parelduiker die gevonden was bij Neeltje Jans. Een nieuwe soort voor Nederland en daarmee voor onze lijst. Hij telde zelfs nog voor de wereldlijst! Het was al laat in de middag en snel werd uitgerekend of we het nog voor het donker konden halen, zeker met eventuele files in gedachten. Het zou net moeten kunnen dus de rit naar Neeltje Jans werd ingezet. Net voor de schemer kwamen we aan bij de gemelde plek en we konden, weliswaar in de verte, de Pacifische Parelduiker zien zwemmen. De eerste nieuwe soort van het jaar was binnen!
Diezelfde dag kregen we een melding binnen van een Blauwborst die zich bevond in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland bij het Vogelmeer. De waarneming was voorzien van een foto. Een mega maandsoort dus de volgende dag stonden we alweer vroeg op de gemelde locatie. Een Kleine Topper die hier al een tijd zat werd gretig bijgeschreven voor de jaarlijst. Het duurde even maar opeens zag ik de Blauwborst scharrelen in de vegetatie. Een geweldige maandsoort en geheel onverwacht.
Omdat ik geen foto’s wist te maken van de Pacifische Parelduiker gingen we op 11 januari terug naar Neeltje Jans. Voordat we naar Neeltje Jans reden werd eerst nog mijn nieuwe camera opgehaald. De Canon R1 die ik in december besteld had was binnen! Die kon dan meteen uitgetest worden. Tegelijk konden we ook nog wat soorten doen die we tijdens de Big Day op 1 januari niet vonden. De Pacifische Parelduiker werd gezien maar hij zat weer te ver weg voor een foto. Voor de jaarlijst werden nog Roodhalsgans, Zwarte Rotgans en IJseend bijgeschreven.
Op 12 januari werd een Geelsnavelduiker gemeld in de Haarlemmermeerpolder. We waren net op weg naar de Siberische Taling die we al eerder gezocht hadden. Het lag op de route dus we besloten hem te bezoeken. Daar hebben we geen spijt van gekregen, hij liet zich erg leuk bekijken en fotograferen. Daarna reden we naar de Siberische Taling die nu wel gevonden werd. Op de terugweg werd nog een Humes Bladkoning bezocht bij Ouderkerk aan de Amstel.
Op 13 januari werd een Brileider met foto gemeld op Texel. Vogelend Nederland was even in verwarring, zou dit wel kunnen kloppen. Al snel kwam er van de lokale vogelaars van Texel bericht dat de vogel er nog zat en er eigenlijk prima uitzag. Voor ons was het al absoluut te laat om nog naar Texel te rijden. We besloten dus de volgende dag de eerste boot naar Texel te nemen in de hoop dat de Brileider er nog zat.
Ter verduidelijking, een Brileider is een mega zeldzaamheid in de WP en natuurlijk al helemaal op Texel. Als je een Brileider wilt bekijken dan kan je dat eigenlijk alleen maar op een noordelijk puntje in Alaska. Er was dus interesse niet alleen vanuit de Nederlandse vogelwereld.
De volgende dag hadden we zoals gezegd de eerste boot naar Texel en in het donker stonden we al op de dijk met vele andere vogelaars te wachten tot het licht zou worden. Het leek een eeuwigheid te duren voordat het licht genoeg was om naar de Brileider te zoeken die er op dat moment niet bleek te zitten. Het wachten begon en het duurde zeker een uur totdat plotseling de Brileider eraan gevlogen kwam. Er stonden nu zeker meer dan 400 man op de dijk die allemaal uit hun dak gingen. De Brileider liet zich met de telescoop mooi bekijken en er werden foto’s en een filmpje gemaakt. De tweede nieuwe soort van het jaar was een feit, en wat voor een. Er kwamen in de opeenvolgende dagen nog vele vogelaars naar Texel om ook de Brileider te kunnen zien. Vele Britten, Fransen, Belgen en zelfs vogelaars van buiten Europa kwamen naar Texel om deze iconische soort op hun lijst bij te schrijven.
Op 18 januari werd een nieuwe poging gedaan om de Pacifische Parelduiker te fotograferen. Nu konden we de vogel niet gevonden krijgen terwijl hij nog in de ochtend op korte afstand gezien was. We moesten het doen met een Roodhalsfuut en een Kuifaalscholver die nog voor de jaarlijst telden. Op de terugweg werden nog een IJsduiker gedaan en een groep Flamingo’s die beiden nog voor de jaarlijst telden.
Op 26 januari werd nog een Parelduiker gedaan bij de Kraaijenbergse Plassen die nog voor de jaarlijst telde. Hiermee werd de maand afgesloten. Het was een geweldige maand geworden met 2 compleet nieuwe soorten voor Nederland. Onze jaarlijst stond nu op 132 soorten en de maandlijst was met 3 soorten gegroeid naar 288 soorten.
Februari
De Brileider zat er nog op 31 januari dus we stonden 1 februari al vroeg in de ochtend op Texel voor de maandlijst. De Brileider werkte lekker mee en werd snel gevonden. We hadden dus genoeg tijd om nog een paar jaarsoorten zoals Strandleeuwerik en Frater te doen. De volgende dag reden we naar Neeltje Jans waar tevergeefs werd gezocht naar de Pacifische Parelduiker voor de maandlijst. Op de terugweg naar Uden werd nog een groepje Sneeuwgorzen bezocht bij de Oesterdam die nog voor de jaarlijst telde.
Op 7 februari reden we opnieuw naar Neeltje Jans. Na lang zoeken vonden we de Pacifische Parelduiker in de ijzige wind. Gelukkig konden we deze maandsoort zeker stellen. Opnieuw waren er weer geen fotokansen. Op 21 februari stonden we te posten op de Brobbelbies Noord voor Kraanvogels die op trek waren. Er werd maar 1 groep gezien maar wel zagen we diverse groepen Ooievaars wat eigenlijk best vroeg in het jaar is. De Kraanvogels telde nog voor de jaarlijst en ook een aanwezige Klapekster werd graag genoteerd voor de jaarlijst. In tegenstelling tot januari gebeurde er verder niet veel in februari en de jaarlijst eindigde op 153 soorten. De maandlijst steeg met 2 soorten naar 271.
Maart
Op 1 maart stonden we weer vroeg op de dijk bij de IJzeren Kaap op Texel waar de Brileider nog steeds gezien werd. Ook vandaag werkte hij weer goed mee en hij werd snel gevonden. Verder konden we nog een Witbuikrotgans bijschrijven op Texel voor onze jaarlijst. Naar de Pacifische Parelduiker werd niet gezocht, de laatste geruchten waren dat de vogel waarschijnlijk is opgegeten door een Zeehond. Hij is ook het hele jaar niet meer gezien. Op 2 maart reden we naar de provincie Zeeland voor een Amerikaanse Wintertaling die nog telt voor de jaar- en provincielijst. Op de heenweg werden de Dwergganzen bezocht in het Oudeland van Strijen en op de terugweg een Witoogeend bij Rilland. Ook deze beide vogels telden nog voor de jaarlijst. Op 3 maart gingen we op pad voor een gemelde Hutchins' Canadese Gans bij het Sneekermeer. Het was flink zoeken maar het was Donny Dolman die de vogel gelukkig laat in de middag terug vond op een andere plek. De Hutchins' Canadese Gans telde voor de jaar- en maandlijst. 8 en 9 maart werden doorgebracht op de telpost Breskens. Het waren leuke tellingen maar zonder echt spectaculaire soorten. Kijk hier voor een overzicht van 8 maart en hier voor een overzicht van 9 maart. Op 9 maart werd op de terugweg nog een Bonte Kraai bezocht bij Oud-Vossemeer voor de jaarlijst.
Op 10 maart begon ik met de tellingen bij de Hofmans Plassen in de Maashorst. De eerste dag leverde al meteen een Rode Wouw op. Ik was nu veel op deze telpost te vinden. En de normale jaarsoorten druppelden binnen. Er gebeurde in Nederland ook niet veel spannends meer en op het eind van de maand stond de teller op 171 soorten. Voor de maandlijst zag ik 2 nieuwe soorten en daarmee sta ik op 291 soorten in maart.
April
Op 1 april stond ik te tellen op de Hofmans Plassen samen met Teun van Kessel en Maartje. Er vlogen redelijke aantallen vogels. Rond 10 uur zagen we types zaagbekken hoog over de plas vliegen. Middelste Zaagbekken riepen we tegelijk. Een knaller voor onze regio en ik probeerde meteen bewijsplaten te maken. De vogels draaiden echter om en landden op de plas. Nu kon duidelijk gezien worden dat het inderdaad 4 Middelste Zaagbekken waren, 3 mannetjes en 1 vrouwtje. De waarneming werd in de lokale appgroep gedeeld en al spoedig arriveerden de eerste vogelaars. De Middelste Zaagbekken zaten er de hele dag maar de volgende ochtend waren ze al verdwenen. Dit was pas de tweede waarneming van deze soort in mijn regio.
Op 8 april werd laat in de middag een Havikarend gemeld nabij Egmond. Een nieuwe voor onze Nederlandse lijst waarmee we nog een appeltje te schillen hadden. We hoopte dat de slaapplek van de vogel gevonden zou worden dan konden we de volgende ochtend gaan posten. Gelukkig kregen we door waar de vogel geland was. In het donker stonden we de volgende ochtend te posten op een plek waar we de Havikarend zouden verwachten. Het was een bewolkte dag met slecht zicht. Tegen 10 uur zag ik een roofvogel opschroeven uit het bos wat voldeed aan het silhouet van een Havikarend en dit bleek inderdaad de vogel te zijn. Helaas te ver voor een goede foto en het slechte licht werkte ook niet mee. De Havikarend vloog ook nog eens de verkeerde kant op maar wij waren allang blij met deze nieuwe soort voor onze Nederlandse lijst. De dag was nog niet voorbij want we hadden nog een afspraak met de Brileider deze maand. We reden door naar Texel en vonden de Brileider snel voor de maandlijst.
Ondertussen werd er iedere dag gewoon doorgeteld bij de Hofmans Plassen en op 13 april begonnen we de ochtend met 2 Steppekiekendieven. De eerste, een mooi adult mannetje, vloog niet al te ver en toen ik foto’s wilde maken bleek mijn camera niet goed ingesteld te staan. Gisteravond had ik mijn instellingen aangepast om een Draaihals te fotograferen in de schemer. Mijn ISO stond dus nog te hoog waardoor ik een wit beeld zag door de viewfinder 🤬. De vissers aan de overkant konden mij horen vloeken volgens mij. Ik herstelde mijn instellingen en 20 minuten later vloog er een tweede Steppekiekendief langs de telpost. Dit keer kon ik bewijsplaten maken van dit vrouwtje. Het werd een erg goede dag op de telpost en we zagen nog een nieuwe soort voor mij voor de regio, een Dwergmeeuw. Een overzicht van de telling is hier te vinden.
De volgende dag werd een Slangenarend gemeld bij het Deelensche Veld terwijl we stonden te tellen. Een soort die nog telt voor de maandlijst. Er werd niet getwijfeld en we reden meteen naar het Deelensche Veld. Hier hoefde we niet lang te zoeken naar de Slangenarend, het bleek een volwassen exemplaar te zijn.
Op 18 april ontdekte Teun tijdens het tellen op de Hofmans Plassen een Vale Gier die uit de Maashorst opsteeg en hier blijkbaar overnacht had. Een zeer goede regio soort die ik wel al een keer eerder had. Het bleek ook nog één van de vroegste ooit in Nederland te zijn. Er is er ooit 1 op 6 april gezien.
Op 24 april werd een Griel bezocht die in de De Maasheggen nabij Beugen zat. We vonden de vogel snel maar door de regen waren er geen fotokansen.
Op het eind van april stond de jaarlijst op 207 soorten. De maandlijst was met 3 soorten gegroeid naar 345 soorten.
Mei
Op 1 mei waren we te vinden in het Natuurpark Lelystad voor de Dwergaalscholver die hier al een tijd zit. De vogel telde nog voor de maandlijst van Maartje, ik had hem al in alle maanden van het jaar. We moesten even zoeken maar ook Maartje heeft de Dwergaalscholver nu in alle maanden. Daarna werd een bezoek gebracht aan de telpost Kamperhoek. Het was weer even een tijdje geleden dat ik er geweest was en de aanwezige tellers waren verbaasd me te zien. We telden mee tot het middaguur, het leukste was een Roerdomp die het Ketelmeer overstak en nog telde voor de jaarlijst. Onderweg terug naar Uden werd een Grote Karekiet bezocht voor de jaarlijst.
Op 2 mei stond ik weer te tellen bij de Hofmans Plassen en kon ik mijn eerste Zwarte Ooievaar voor 2025 noteren. Vanaf nu stond ik vrijwel iedere dag bij de Hofmans Plassen in de hoop op een zeldzame soort voor de regio. Op 11 mei kwam er een Zomertortel voorbij gevlogen. Dat was alweer een hele tijd geleden dat ik er eentje in de Maashorst zag. Ik telde 2 Rode- en 2 Zwarte Wouwen en er was ook wat Wespendieven trek. Een mooi aantal van 188 Noordse Kwikstaarten werd geteld, die had ik ook niet eerder in deze aantallen in de Maashorst. Op 13 mei zat er bij aankomst op de telpost een Grote Karekiet te zingen. Voor de regio een erg goede soort. De vogel heeft er zeker nog 2 weken gezeten. Op 15 mei beleefde we het hoogtepunt van de tellingen op de Hofmans Plassen. Net voor 9 uur vloog er plotseling een Reuzenstern boven de plas. Ik had stiekem op deze soort gehoopt maar niet verwacht dat we hem zouden gaan zien. Hij vloog zeker 20 minuten rond boven de plas en ving zelfs een vis.
Op 16 mei vertrokken we naar Friesland voor de jaarlijkse Top of Holland. We sliepen ook nu weer bij mijn tante in Oudwoude. Op de heenweg bezochten het Dwingelderveld waar al een paar dagen 3 Roodpootvalken zaten. De vogels zaten er nog en lieten zich leuk op de foto zetten. We brachten ook nog een bezoek aan het Lauwersmeer. Hier werd een Breedbekstrandloper en een Gestreepte Strandloper voor de jaarlijst genoteerd. Er zaten opvallend veel Temmincks Strandlopers in de Ezumakeeg.
Op 17 mei startte we de Top of Holland om 1 uur in de ochtend op zoek naar uilen. De nachtsessie viel erg tegen en we zagen alleen een Steenuil. De Nachtzwaluwen waren ook erg stil maar we wisten er toch 1 te vinden. De zangvogels deden het gelukkig een stuk beter. We maakten ons gebruikelijke ToH rondje en bij Diependal zag ik mijn eerste Otter voor Nederland. Er werden geen echte zeldzaamheden gevonden maar we hadden wel 13 nieuwe soorten voor de jaarlijst. De dag werd afgesloten met 151 soorten, dit is niet verkeerd.
Op de terugweg naar Uden werden Bijeneters gemeld bij de Hemelrijksche Waard nabij Lithoijen. Een nieuwe soort voor onze Brabantse lijst dus er werd een beetje gas bijgegeven. Gelukkig bleven de vogels zitten en kon ik eindelijk na 45 jaar vogelen deze soort in Brabant bijschrijven.
Op 19 mei stonden we in Weert waar we bij het invallen van het donker een Dwergooruil noteerde voor de jaarlijst. Eerder op de dag werd een Krekelzanger gedaan in De Bruuk, ook deze telde voor de jaarlijst.
Op 23 mei begon ik in de ochtend met tellen bij de Hofmans Plassen. Er vloog niet veel en we besloten naar de Biesbosch te rijden voor 2 Witvleugelsterns voor de jaarlijst. We moesten wel wat zoeken maar de vogels werden op afstand gevonden. We pikte ook nog een Zwarte Ibis mee voor de jaarlijst. Toen we net thuis waren werd er een Blonde Ruiter gemeld in de Keent die we niet konden negeren. De Keent is niet ver en de vogel liet zich erg leuk bekijken en fotograferen. De laatste voorjaars telling op de Hofmans Plassen was op 30 mei. Ik had erg genoten van de tellingen en ik ben er zeker weer te vinden in het voorjaar van 2026.
Mei werd afgesloten met 243 soorten voor de jaarlijst. Maartje had 2 nieuwe maandsoorten en ik had er geen. Mijn maandlijst bleef staan op 349 soorten.
Juni
Er zaten geen maandsoorten voor ons in Nederland dus we hoefden daarvoor niet op pad op 1 juni. We stonden in de ochtend op de telpost Brobbelbies Noord in de hoop op een Slangenarend of iets dergelijks. Rond half 11 zag Maartje een roofvogel die er groter uitzag dan een Buizerd. De vogel vloog best ver dus ik richtte de telescoop erop. Tijdens een draai zag ik de bovenvleugels en dit was onmiskenbaar een arend. Gezien het donkere kleed en het witte vlekken patroon leek me dit een Bastaardarend maar een Schreeuwarend kon ik niet uitsluiten. De arend vloog te ver voor een foto en ik sprong in de auto om te proberen of ik dichterbij kon komen. Maartje en Jan Verhoeven bleven op de telpost om de vogel in de gaten te houden. Eenmaal aangekomen op een plek waar ik de vogel dichterbij kon zien bleek deze laag te zijn afgevlogen richting het Wisenten gebied. We zagen de arend helaas niet meer terug. Ik besloot hem nog wel door te geven op DBAlerts in de hoop dat hij nog ergens opgepikt werd wat niet gebeurde. In de middag bezochten we nog een Oehoe die al een tijd in onze regio broed voor de jaarlijst.
Op 5 juni werd bij Wijhe een Bastaardarend gemeld. Met de vogel van de Maashorst nog vers in gedachten besloten we deze vogel te bezoeken. Bij aankomst zat de vogel op een paal en liet zich erg leuk bekijken en fotograferen. De Bastaardarend telde voor de jaar- en maandlijst. Het bovenvleugel patroon leek erg veel op de vogel van de Maashorst op 1 juni en het zou mij niet verbazen als dit dezelfde vogel is. Erg jammer dat we geen foto’s hadden kunnen maken.
Op 9 juni werd een Roodkopklauwier bezocht nabij Tongeren in de Veluwe. We moesten een flink eind lopen en veel zoeken maar uiteindelijk vonden we de vogel toch nog.
Op 10 juni reden we naar Maastricht voor een Ralreiger. De vogel liet zich erg fraai bekijken en er werd een leuk filmpje gemaakt. De Ralreiger telde nog voor de jaarlijst. Dit gold ook voor een Bronskopeend die we daarna deden niet veel verder dan de Ralreiger. Beide vogels telden ook nog voor de Limburg-lijst.
Op 11 juni begonnen we met een Woudaap op een locatie in Brabant. In de namiddag reden we naar Zwolle voor een Kwartelkoning. Daarna stonden we in het donker bij Blokzijl te wachten op een Klein Waterhoen die zich leuk liet horen. Alle 3 deze soorten telde voor de jaarlijst.
Op 14 juni reden we naar de Kwade Hoek voor een Orpheusspotvogel. De vogel zat uitbundig te zingen en liet zich ook leuk bekijken. Alweer een nieuwe jaarsoort. Bij de Grevelingen werden Strandplevier en Dwergstern toegevoegd aan de jaarlijst. Een tweede Orpheusspotvogel bij het Veerse Meer werd bezocht, deze telde voor de Zeeland-lijst. Bij Westdorpe werd nog een Sneeuwgans voor de jaarlijst bezocht.
Op 15 juni zochten we tevergeefs in Enkhuizen naar een Bladkoning die een dag eerder zingend werd gezien. Helaas dit was een erg goede voor de maand geweest. De Bladkoning werd ook daarna niet meer gezien.
Op 17 juni bezochten we een Zwarte Zeekoet voor de jaarlijst nabij Vlissingen in het Sloegebied.
Op 22 juni moest ik met Maartje mee naar de Geuldal voor een Kleine Weerschijnvlinder. Een nieuwe vlindersoort voor haar, voor mij ook maar ik houd geen actieve vlinderlijst bij. De Kleine Weerschijnvlinder liet even naar zich zoeken maar werd daarna leuk gezien. Dezelfde dag deden we ook nog het Dwergblauwtje voor haar vlinderlijst die nu op 71 soorten staat. De nummer één van Nederland staat op 76.
Op 26 juni doken er foto’s op van een Keep nabij Anderen in Drenthe. Een hele goede voor de maandlijst. Ook de Lachsterns werden al gemeld bij Alteveer, ze waren erg vroeg dit jaar en ook deze soort telde voor de maandlijst. Op 29 juni reden we eerst naar de Lachsterns die snel gevonden werden. De Keep deed iets moeilijker maar ook deze soort konden we noteren voor de maandlijst. We hoopte dat de Keep zou blijven zitten. We moesten hem nog in juli en augustus.
De jaarlijst stond eind juni op 258 soorten. Ik had 3 nieuwe maandsoorten en de juni-lijst staat nu op 310 soorten.
Juli
Op 2 juli stonden we vroeg in de ochtend op de camping in Anderen en zochten we naar de Keep voor de maandlijst van juli. De Keep werkte niet echt mee en we moesten lang zoeken voor een magere waarneming maar die telde wel.
Op 10 juli werd een succesvol rondje Limburg gedaan voor een Kortsnavelboomkruiper en een Waterspreeuw voor de jaarlijst.
Op 15 juli zagen we een mooie Roodkopklauwier nabij Erp in onze regio. De vogel liet zich mooi bekijken en fotograferen. De Roodkopklauwier zou er nog enkele weken blijven zitten. Vandaag begonnen we ook met de najaar tellingen op de Brobbelbies Noord.
Op 19 juli waren we op Texel te vinden. Hier werden Amerikaanse- en Aziatische Goudplevier gezien, beide vogels telde voor de jaarlijst. We wisten ook een lastige Roze Spreeuw te vinden die ook op de jaarlijst mocht. Van Texel reden we naar Groningen voor een daar gemelde Arendbuizerd. Bij aankomst hadden we de vogel net gemist. We zochten de hele middag maar wisten de vogel niet meer te vinden. We moesten het doen met 2 Rode Wouwen en diverse Grauwe Kiekendieven, wat ook niet verkeerd is.
De rest van de maand was ik veel op de telpost. Er vlogen redelijke aantallen Rode Wouwen en Zwarte Ooievaars in die periode. Op 22 juli werd een Temmincks Strandloper gevonden bij de Hofmans Plassen, ook een goede regio soort en pas mijn tweede.
Op het eind van de maand stond de teller op 264 soorten voor de jaarlijst. De maandlijst groeide maar met 1 soort en staat nu op 302.
Augustus
Op 1 augustus stonden we uiteraard weer op de camping in Anderen want de Keep werd nog steeds iedere dag gezien. We waren er al vroeg en we mochten bij de caravan van de ontdekker plaats nemen en kregen zelfs koffie. Het duurde niet lang voordat ook de Keep zich meldde. Dit keer liet hij zich erg fraai zien en er werden leuke foto’s gemaakt. We hebben de Keep nu in alle maanden van het jaar.
Ik was weer veel te vinden op de telpost. Het was nog niet wild met de tellingen maar er werden regelmatig Rode Wouwen en Zwarte Ooievaars gezien. Op 10 augustus hadden we een groep van 200 gewone Ooievaars boven de telpost. De volgende dag meldde Gerard van Aalst op zijn telpost, Brobbelbies Zuid, 5 Bijeneters. Een nieuwe regio soort voor me dus we reden snel naar zijn telpost waar we 7 Bijeneters vonden.
Op 18 augustus zag ik de eerste Morinelplevier van het jaar die over de telpost vloog. Ook een Duinpieper die dag telde nog voor de jaarlijst.
Op 24 augustus moesten we naar Malburgen voor een gemelde Ringsnavelmeeuw die nog voor de maand- en jaarlijst telde.
Op de telpost zaten we inmiddels volop in de trek getuige de aantallen Duinpiepers, Bruine Kiekendieven, Visarenden en zelfs een Draaihals.
Op 27 augustus werd een Purperkoet gevonden vlakbij de plek waar hij een paar jaar geleden ook zat. De vogel telde voor de maandlijst dus we moeten er naar toe. Bij aankomst vonden we de vogel vrijwel meteen. Hij telde ook nog voor de jaarlijst.
We stonden op 268 soorten voor de jaarlijst op het einde van de maand en de maandlijst was met 3 soorten gegroeid naar 307 soorten.
September
Op 1 september begonnen we op de telpost. Er vloog niet veel dus reden we naar Zevenhuizen waar de Purperkoet nu iedere dag gezien werd. De vogel werkte goed mee en we vonden hem snel, de Purperkoet telt voor de maandlijst. Een Hop die daar niet ver vandaag zat werd ook meegepikt voor de jaarlijst.
Op de telpost was het lekker vertoeven en vrijwel dagelijks werden we getrakteerd op Visarenden, Morinellen en Duinpiepers. Op 5 september zagen we een Zwarte Wouw, deze zijn echt schaars in het najaar. Op 6 september vloog een Slangenarend over de telpost. Op 8 september vloog een groep van 11 Morinelplevieren over de telpost, mijn grootste groep tot nu toe op de telpost.
In Nederland gebeurde niet veel maar dat vond ik niet erg, het was erg leuk op de telpost. Op 21 september stond ik samen met Maartje in de vroege ochtend op de telpost toen er net na de schemer een mooie adulte man Steppekiekendief vlak voor ons langs de telpost vloog. Onze derde Steppekiek alweer dit jaar in de regio!
Op 24 september vlogen 3 Rosse Grutto’s over de telpost, een zeer schaarse soort bij ons.
Op 27 september werd een Kleine Kokmeeuw gevonden in de haven van Den Helder. Een goede soort die ook nog voor de maandlijst telde. We besloten de volgende dag te beginnen op de telpost en als de Kleine Kokmeeuw opnieuw gemeld werd naar Den Helder te rijden. De volgende ochtend werd de Kleine Kokmeeuw al vroeg gemeld dus reden we naar Den Helder. Bij aankomst zat de vogel er nog, hij telde ook nog voor de jaarlijst natuurlijk.
De jaarlijst stond nu op 270 soorten. De maandlijst was met 2 soorten gegroeid naar 325 soorten.
Oktober
De Kleine Kokmeeuw zat redelijk steady in de haven van Den Helder en vloog ook vaak achter de veerboot op en neer naar Texel. Een Klein Waterhoen werd op 30 september gemeld vlakbij Den Oever. De waarneming was voorzien met een foto dus er was geen twijfel. Redenen voldoende om op 1 oktober naar de punt van Noord-Holland te gaan. In de schemer stonden we vroeg in de ochtend op de locatie van het Klein Waterhoen. De vogel werd snel gevonden maar het was nog te donker voor een foto. We besloten te wachten maar het Klein Waterhoen kwam niet meer uit het riet. We reden nu naar de haven van Den Helder voor de Kleine Kokmeeuw. Deze was niet zo makkelijk. Ik dacht de Kleine Kokmeeuw gevonden te hebben maar dat bleek een Dwergmeeuw te zijn. Rond half drie zag ik de Kleine Kokmeeuw helemaal alleen uit zee naar de haven vliegen. Gelukkig ook deze maandsoort was binnen. We gingen nog zoeken naar het Klein Waterhoen maar die liet zich niet meer zien.
De Purperkoet was ondertussen naar een andere locatie gevlogen vanwege maai werkzaamheden. Het bleek een lastige plek te zijn dus we besloten te wachten. Toen hij op 3 oktober vroeg in de ochtend op de oude plek gezien werd besloten we meteen te gaan rijden. Toen we bij de plek aankwamen bleek hij er inderdaad gewoon weer te zitten. Hij telde voor de maandlijst. Een aanwezige Porseleinhoen werd gretig meegepikt voor de jaarlijst.
Op 4 oktober hadden we de eerste najaar storm maar helaas niet met noordwesten wind. We besloten naar de Maasvlakte te rijden die met meer westen wind ook wel goede resultaten had. De tellingen vielen toch wel een beetje tegen maar we wisten toch Grauwe Pijlstormvogel, Zeekoet, Jan-van-Gent en Kleine- en Grote Jager toe te voegen aan de jaarlijst.
De volgende dag stond de wind meer noordwest dus stonden we op Westkapelle. De jaarlijst werd aangevuld met soorten als Topper, Kleinste Jager, Drieteenmeeuw, Vaal Stormvogeltje en Noordse Pijlstormvogel.
Op 7 oktober werd de Brileider terug gevonden op Texel. De vogel was sinds half juni niet meer gezien. Hij werd nu vrijwel iedere dag gemeld en we besloten nog niet te gaan en de vogel met het Dutch Birding Texel najaar weekend te doen.
9 oktober moesten we weer op pad voor de maandlijst. Bij Ouddorp werd een lastige Aziatische Goudplevier gedaan, het kostte flink moeite om de vogel te vinden tussen de gewone Goudplevieren. In de buurt van Dordrecht werd een Kleine Karekiet snel gevonden, deze telde ook voor de maandlijst.
Op 14 oktober vloog een luid roepende Grote Pieper over de telpost die nog voor de jaarlijst telde.
Op 17 oktober reden we naar Texel voor het Dutch Birding najaar weekend. Eerste doelsoort was de Brileider die vrijwel meteen gevonden werd. Tijdens de overtocht werd ook de Kleine Kokmeeuw nog gezien die er nog steeds zat. Een Grauwe Franjepoot en een Dwerggors werden ook toegevoegd aan de jaarlijst.
De volgende dag stonden we samen met Garry Bakker bij paal 28 te posten op voorbij trekkende vogels. Er vlogen redelijke aantallen lijsters maar de zeldzaamheden ontbraken. Via de appgroep kwamen meldingen binnen van grote groepen overvliegende Pimpelmezen ten zuiden van ons. Wij zagen op dat moment nog geen Pimpelmezen. Rond half 11 zag ik de eerste groep Pimpels hoog over ons heen vliegen. Daarna was het een continue stroom van Pimpelmezen. We wisten er uiteindelijk 22.344 te tellen. We hadden er waarschijnlijk nog wel meer geteld als niet rond half 1 een Giervalk gemeld was op de zuidpunt van Texel die in noordelijke richting vloog. We besloten eerst gewoon te wachten bij paal 28 maar de Giervalk werd later op de grond terug gevonden bij de Slufter. We braken de Pimpelmees telling af en reden naar een betere locatie om de vogel op te pikken. Terwijl we daar stonden werd de Giervalk gemeld met een prooi langs de Oorsprongweg. We reden er meteen naar toe en waren niet de enigen. Ik parkeerde de auto en vond de vogel snel op een akker met een geslagen Houtduif. Foto’s en een filmpje konden gemaakt worden. Blij met de waarneming die ook nog voor de maandlijst telde reden we verder naar een gemelde Rosse Franjepoot, opnieuw een jaarsoort. We moesten verder naar een Pallas’ Boszanger. Onderweg vlogen de Pimpelmezen als muggen voorbij de auto. Er moest even gezocht worden naar de Pallas’ maar ook deze kon worden toegevoegd aan de jaarlijst.
De volgende dag zochten we met het eerste licht naar een Siberische Boompieper die gisteren gevonden was. We wisten de vogel te vinden maar het was een zeer korte waarneming. We besloten later in de middag terug te keren. We gingen zoeken naar een Bladkoning wat niet lukte. Wel zagen we de Giervalk nog in de Slufter waar nu ook een Steppeklapekster gevonden was. We waren helaas net te laat om deze ook te kunnen zien. Gelukkig hadden we er al een paar in Nederland. Later die middag gingen we opnieuw zoeken naar de Siberische Boompieper. De lokale vogel werd niet teruggevonden maar ik zag wel een overvliegende vogel waarvan ik een mooie geluidsopname wist te maken waar ik erg blij mee was.
Het weekend zat er weer op en de Giervalk bleek de beste soort van het weekend te zijn. Uit naam van Dutch Birding reikte ik de prijs uit aan de ontdekker, Ezra IJzelenberg.
Wij bleven nog een nachtje en de volgende dag werd flink gezocht naar een Bladkoning. Ze waren lastig dit jaar maar we wisten er toch 2 te vinden. Op de veerboot terug naar Texel zagen we opnieuw de Kleine Kokmeeuw die nu in de haven van Texel zat. Het was een uitermate geslaagd Dutch Birding najaar weekend geworden met de beste soorten ooit.
Op 26 oktober reden we naar Westkapelle omdat er Kleine Alken gemeld werden. Deze soort had ik nog nooit in Oktober gezien. We kwamen aan tegen 12 uur en hoewel we telden tot het donker werden geen Kleine Alken meer gezien. Wel konden we een Velduil en een Alk bijschrijven op de jaarlijst.
Op 28 oktober reden we naar de Maasvlakte voor een Vorkstaartmeeuw die hier al een paar dagen zat. Bij aankomst zat de vogel dichtbij en mooie foto’s en een filmpje konden gemaakt worden. De Vorkstaartmeeuw telde ook nog voor de jaarlijst. Hierna reden we naar de telpost. Er zat verder niemand maar we besloten toch over zee te gaan kijken. Dit was geen slechte beslissing want we vonden 2 Kleine Alken. De Kleine Alk telde nog voor mijn maandlijst, Maartje had hem ooit eerder.
Oktober eindigde met 295 soorten voor de jaarlijst. Voor de maandlijst werden goede zaken gedaan en ik wist maar liefst 8 nieuwe soorten te scoren. De oktober-lijst staat nu op 353 soorten!
November
De weervoorspellingen voor 1 november waren niet best en een flink regenfront trok over Nederland. Tegen de middag waren er opklaringen en we reden rond 11 uur weg uit Uden richting Zevenhuizen. Hier zat nog steeds de Purperkoet die nog telde voor de maandlijst. Ondanks het grauwe weer en harde wind werd de vogel snel gevonden. We reden nu naar Friesland waar bij Zwagermieden een juveniele Roodkopklauwier al een tijdje te zien was. In de ochtend was de vogel al gemeld en dit was nu een eerste november geval voor Nederland. Toen we vlak in de buurt waren kregen we van Henk Schut door dat hij hem had. Toen we op de plek aankwamen wees Henk ons de vogel aan. De Roodkopklauwier was erg tam en er konden leuke foto’s gemaakt worden. De volgende dag wilden we naar Texel voor de Kleine Kokmeeuw en de Brileider. Zwagermieden was vlakbij mijn tante en we vroegen of we bij haar konden overnachten. Dat was geen probleem en dat scheelde ons een reis terug naar Uden.
De volgende dag namen we vroeg in de ochtend afscheid van mijn tante en reden we naar Den Helder voor de veerboot naar Texel. Vanaf de veerboot zagen we bij vertrek de Kleine Kokmeeuw vliegen in de haven van Den Helder. Ook de Brileider werkte goed mee en de vogel zat onder aan de dijk op de rotsen. Zo dichtbij had ik hem nog niet gezien en leuke foto’s en een video opname werd gemaakt. De vogel zat nog wel in eclips kleed maar dat mocht de pret niet drukken. Op de terugweg werd vanaf de veerboot de Kleine Kokmeeuw opnieuw gezien. Nu in de haven van Texel.
Op 6 november begon ik vroeg in de ochtend te tellen op de Brobbelbies. De Houtduiven vlogen erg goed en tegen 1 uur hadden we er 68.420 geteld. We zagen ook 43 Kraanvogels en diverse groepen Pimpelmezen. Omdat er niet veel meer vloog besloot ik te stoppen om 1 uur. Later eenmaal thuis kwamen er meldingen binnen van grote groepen Kraanvogels die richting Nijmegen vlogen. Ik reed terug naar de telpost waar ik bij aankomst meteen de eerste groep van ongeveer 190 Kraanvogels voorbij zag vliegen. Ik bleef tellen tot het donker en wist in totaal 613 Kraanvogels te tellen wat een nieuw telpost dagrecord was.
Op 7 november werd een Sneeuwgors ontdekt op de telpost. Een megaatje voor de regio die ik al wel eerder had op de telpost. Voor Maartje was dit echter een nieuwe en de Sneeuwgors telde ook nog voor haar Brabant-lijst.
We moesten nog flink aan het werk wilde we de 300 soorten nog zeker stellen voor de jaarlijst die nu op 296 soorten stond. Omdat waarneming.nl overgestapt was naar de taxonomielijst van IOC hadden we daar 4 soorten minder. Het was zaak om in ieder geval een buffer op te bouwen om ook bij deze lijst over de 300 soorten te komen. Op 9 november gingen we op pad voor een aantal jaarsoorten. Vroeg in de ochtend stonden we bij het Markiezaat voor een Grijze Wouw die we redelijk snel vonden. Op de Maasvlakte werd een Balkanbaardgrasmus gedaan (dna moet nog uitwijzen of het geen westelijke wordt, maar ook die telt nog) die nog telde voor de jaar- en maandlijst. Daarna reden we naar de Nieuwe Driemanspolder waar een Bruine Boszanger werd genoteerd. Nu reden we naar de Flevopolder voor een Kleine Geelpootruiter die na een wandeling naar een kijkhut ook gevonden werd. Hier zat ook nog een Rosse Franjepoot die nog voor mijn Flevoland-lijst telde. De Kleine Geelpootruiter is de 300ste soort van het jaar. Op de terugweg naar Uden werd nog tevergeefs gezocht naar een Ruigpootbuizerd. 4 nieuwe jaarsoorten op een dag dat ging lekker.
Op de Brobbelbies was het telseizoen nu echt wel voorbij en er werden niet veel vogels meer geteld. Op 16 november reden we naar het Noordhollands Duinreservaat voor 2 gemelde Rotszwaluwen. We moesten een flink eind lopen en lang zoeken maar uiteindelijk zagen we allebei de vogels. Op de terugweg werd bij Velsen een Grote Burgemeester binnen getikt die ook nog voor de jaarlijst telde.
Op 26 november gingen we opnieuw naar Texel. Nu voor een Temmincks Strandloper die nog telt voor de maandlijst. De vogel werd op verschillende plekken gezien en we moesten flink zoeken maar uiteindelijk vonden we de vogel terug bij De Bol.
28 november reden we naar Amersfoort voor een Pestvogel. Ook deze soort was lastig te vinden en het was Maartje die de vogel in een brandgang terug vond. We reden nu naar de provincie Flevoland voor een Buffelkopeend. De vogel zat in de Pampushaven tussen duizenden Kuifeenden. Het duurde een half uurtje voordat ik de vogel vond. Volgende doelsoort was een Ruigpootbuizerd bij de Praambult. Deze werd niet gevonden maar in de Eemspolder zat er nog eentje. We reden dus naar de Eemspolder waar na lang zoeken eindelijk de Ruigpootbuizerd op afstand gevonden werd. Ook voor de waarneming.nl lijst werd nu de 300 soorten met de Ruigpootbuizerd bereikt.
De laatste soort van de maand november was een Woestijntapuit die zich prachtig liet zien in de Coepelduyn nabij Katwijk. We sloten de maand af met 308 soorten voor de jaarlijst. Voor de maandlijst werd opnieuw erg goede zaken gedaan. Ik kon 6 nieuwe soorten bijschrijven waarmee de november-lijst nu op 310 soorten staat.
December
Op 1 december stonden we weer op Texel voor de maandlijst. De Temmincks Strandloper en de Brileider waren beide nog aanwezig en werden redelijk eenvoudig gevonden. De Brileider zat opnieuw onder de dijk op de rotsen en liet zicht fraai bekijken. Later die dag kwam nog een melding binnen van een heuse Grijze Gors in Maastricht. De waarneming was voorzien van een foto.
De volgende dag stonden we dus al in het donker op de gemelde plek. We waren niet de enigen en samen met een groep van ongeveer 60 vogelaars werd er gezocht naar de Grijze Gors. Deze bleek echter niet meer aanwezig te zijn. Als troostprijs werd een Roerdomp genoteerd voor de Limburg-lijst. Rond 12 uur gaven we het op en reden naar Doenrade voor een Grauwe Gors. Hier zat een groep van wel 30 Grauwe Gorzen. We wisten er uiteindelijk 4 te vinden. De Grauwe Gors telde nog voor de jaarlijst.
Op 6 december werd een Bladkoning gemeld bij de Hofmans Plassen in de Maashorst. Een leuke regio soort waar we zeker heen moesten, we hadden hem al wel in de regio. Tijdens het zoeken dacht ik even een Pallas’ Boszanger te horen. De vogel riep maar 1 keer dus ik dacht dat het waarschijnlijk een vervormde roep van 1 van de vele Staartmezen moest zijn. De Bladkoning werd gevonden maar liet zich maar slecht bekijken. De volgende dag werd er door een van de lokale vogelaarsters een foto gemaakt en bij het uploaden gaf ObsIdentify aan dat dit een Pallas’ betrof. Zij deelde de foto in de lokale appgroep en hier stond inderdaad een Pallas’ Boszanger op, dus toch… We gingen meteen naar de Hofmans Plassen en vonden daar inderdaad de Pallas’ Boszanger. Een megasoort voor onze regio en pas de vijfde voor de provincie Brabant. Ook werd er een tweede Bladkoning bij gevonden.
Op 13 december werden we net voor 12 uur opgeschrikt door een DBAlerts vanaf Texel met de waarneming van een Maskergors. Er leek al een tijdje een influx van deze soort te zijn maar tot nu toe bleef dit beperkt tot ringvangsten en één enkele waarneming vanaf een telpost met bewijs. Deze Maskergors leek twitchbaar dus we zaten binnen enkele minuten in de auto op weg naar Texel. We miste helaas de boot van half 1 en moesten bijna een uur wachten op de volgende boot. Ondertussen werd op de Texel de Maskergors niet meer gezien. Eenmaal aan de overkant voegde we ons bij de grote groep vogelaars die al aanwezig waren. Op dit moment was de Maskergors alleen nog gezien door Texelaars en 1 gelukkige die op het juiste moment op Texel arriveerde. We bleven tot het donker posten wat alleen een Siberische Tjiftjaf opleverde, die nog voor de jaarlijst telde. Van de Maskergors ontbrak ieder spoor. We besloten toch op Texel te blijven en ons geluk in de vroege ochtend te proberen.
De volgende ochtend stonden we al in het donker op de plek, we waren de eerste. Naarmate het later werd begon ook de groep vogelaars te groeien het werd echter niet echt druk. Ik denk dat de meeste terecht dachten dat de vogel weg was. Het zoeken begon en naarmate de tijd verstreek leek het er echt op dat de Maskergors weg was. Wij besloten inmiddels om op 12 uur het eiland te verlaten. Rond kwart over 10 werd een interessante tik gehoord en iemand meende de Maskergors te zien in de tuin waar hij gisteren gevonden was. Nerveus werd in de tuin gekeken of de vogel zichtbaar was toen hij plots opvloog en naar de andere kant van de weg vloog. Hier kon hij niet veel later prachtig bekeken worden. We waren enorm blij met deze soort en prezen ons gelukkig dat we op Texel gebleven waren.
Eind december stond de jaarteller op 309 soorten. De december-lijst steeg met 3 soorten naar 282 soorten.
Overzicht
Teug kijkend op 2025 moet ik vaststellen dat het weer een uitstekend jaar geweest is. De voorjaars tellingen bij de Hofmans Plassen waren echt verrassend goed en ik heb daar veel tijd doorgebracht die ik anders aan jaarsoorten besteedde. Hierdoor werd het op het eind van het jaar nog spannend om de 300 soorten te halen. Gelukkig is dit ook nog gelukt. Dit is het 20ste jaar opeenvolgend dat ik 300 soorten haalde. Voor de maandlijst werden goede zaken gedaan. Voor de Nederlandse lijst hebben we 4 nieuwe soorten, absoluut niet verkeerd. Geen buitenlandse reis dit jaar maar in 2026 gaan we naar Suriname, de reis is al geboekt. Door het vele lumpen is de wereldlijst met 1 soort gedaald. Hier volgt nog een overzicht van de lijstjes die we bijhouden.
Toy
Nieuw voor Nederland
- Pacifische Parelduiker
- Brileider
- Havikarend
- Maskergors
Een overzicht van de lijsten die we bijhouden
- Levenslijst Nederland 479 soorten (stijging van 4 t.o.v. 2024)
- Levenslijst wereld 3892 soorten (een daling van 1 t.o.v. 2024)
- Totaal eeuwige maandlijst 3733 (stijging van 37 t.o.v. 2024)
- Jaarlijst 2025 309 soorten
Maartje
Nieuw voor Nederland
- Pacifische Parelduiker
- Brileider
- Havikarend
- Maskergors
Een overzicht van de lijsten die we bijhouden
- Levenslijst Nederland 473 soorten (stijging van 4 t.o.v. 2024)
- Levenslijst wereld 4595 soorten (een daling van 1 t.o.v. 2024)
- Totaal eeuwige maandlijst 3705 (stijging van 38 t.o.v. 2024)
- Jaarlijst 2025 310 soorten